Besprechung

Grondboor & Hamer

nr. 2, 2003, S. 37

Boekbespreking

Cor F. Winkler Prins

C. F. Winkler Prins, Naturalis, Nationaal Natuurhistorisch Museum, Postbus 9517, 2300 RA Leiden.

Trilobiten weltweit: Die Welt der Dreilapper und ihr Spiegelbild in der Philatelie – Trilobites worldwide: The World of Trilobites and their Reflection in Philately, door H.U. Ernst & F. Rudolph; Verlag Dr. F. Pfeil, München, 2002, ISBN 3-89937-003-1; 118 pag., talrijke afbeeldingen in kleur. Prijs: 32 Euro.

Als conservator van de Paleozoïsche ongewervelde dieren bij het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis en als verzamelaar van geologie op postzegels was ik zeer benieuwd naar dit boek, of het aan mijn hooggespannen verwachtingen zou voldoen. Allereerst schuilt er een gevaar in tweetalige publicatie, vooral als het zulke op elkaar lijkende maar fundamenteel verschillende talen als Duits (veel omhaal van woorden) en Engels (beknopt: to the point) betreft. Collega R.M. Owens, die het Engels gecorrigeerd heeft, heeft dat voortreffelijk gedaan (overigens kennelijk niet de tekst achterop het boek, waar 'Geschiebe' als 'debris' vertaald is i.p.v. als 'erratics'). De opbouw van het boek is zeer overzichtelijk met praktische indexen. De overvloedige illustraties zijn van voortreffelijke kwaliteit en passen goed bij de tekst. De literatuurlijst is bijzonder goed en upto-date. Het is opgedeeld in een filatelistisch en een paleontologisch deel. Tot mijn verbazing hebben ze zelfs naar mijn artíkelen over fossielen op postzegels in Gea verwezen, waarbij het feit dat zij fossielen op zijn Duits geschreven hebben er niet toe doet, een kniesoor die daarop let.

Het boek is in-twee ongelijke delen verdeeld: een korte inleiding wat trilobieten zijn en een systematisch/filatelistisch deel. De inleiding geeft in vogelvlucht een voortreffelijke beschrijving van de verschillende aspecten van trilobieten, zoals het pantser en verschillende organen, hun groei, levenswijze en (kruip)sporen.

Het filatelistische dee! is systematisch van opzet, net als mijn eigen catalogus die ik op mijn PC heb gemaakt. Niet alleen wordt een compleet overzicht van alle postzegels met afbeeldingen van trilobieten besproken en afgebeeld, maar ook van alle poststukken (briefkaarten met ingedrukt zegel die als bijbeeld een trilobiet laten zien), stempels en frankeerstempels. Ook afbeeldingen op eerste-dag enveloppen zijn opgenomen, een categorie die ik niet opgenomen heb, omdat in Nederland deze envelopen niet door de posterijen uitgegeven worden.

Niet alleen worden alle stempels en zegels afgebeeld, maar ook fraaie exemplaren van de behandelde soorten. De hogere eenheden waartoe een soort behoort zijn duidelijk aangegeven, waarbij hun indeling soms afwijkt van de mijne. Ik heb mijn gegevens kunnen verbeteren en aanvullen, maar kan dat ook bij hun gegevens.

Zo is bijvoorbeeld de Phacops sp. op het stempel van Zaragoza t.g.v. de tentoonstelling 'La geología a traves de los Sellos' (die ik uit mijn eigen collectie had samengesteld) volgens een brief d.d.10-1-1995 van J.I. Canudo Sanagustín (Museo Paleontológico de Zaragoza) een Phacops rana (Green, 1832) uit:het Midden-Devoon van de VS: Volgens professor Derek Ager (brief d.d. 30-8-1977) is de afbeelding van het frankeerstempel van het Geologisch Instituut van de Universiteit van Swansea niet gebaseerd op een echte Trinucleus fimbriatus maar op een fantasie-afbeelding boven de ingang van het instituut, die wel op T. fimbriatus gebaseerd is. Ik geef het dus als T. aff. fimbriatus aan. Met één determinatie van een trilobiet op een stempel van Kielce (Polen) uit 1970, Marrolithus ornatus (Sternberg, 1833), ben ik het niet eens, dat moet mijns inziens een Onnia goldfussi (Barrande, 1846) zijn (vergelijk Barrande, 1852, pl. 30 fig. 38 met fig. 51/52). Dergelijke details doen uiteraard geen afbreuk aan de kwaliteit van het boek. Het laat slechts zien, dat het zeer moeilijk is om de juiste gegevens over de zegels en stempels te pakken te krijgen. De auteurs zijn daar wonderwel in geslaagd en er stonden zelfs enkele voor mij nieuwe poststukken in. Slechts één frankeerstempel ontbreekt: dat van de Geoiogists' Association van London W1 uit 1997 met in zijn embleem een ammoniet, een slak en een trilobiet, die op Paradoxides lijkt (zie ook Abb. 157 en 163 van de ondetermineerbare trilobieten).

Bij de postzegels worden ook variëteiten opgenomen, zoals ongetande zegels, postzegelboekjes, siervelden tussen zegels, afbeeldingen in de randen van blokken en het zeer zeldzame blok (100 stuks!) van Noord Korea met een soort kleurproeven (waarbij men voor zichzelf moet beslissen of men dit laatste 'maakwerk' wil verzamelen). Ook is aan het eind in een aanhangsel een blok van Suur-Pakrti post (eiland van Estland) afgebeeld, dat niet officieel uitgegeven is en als een zogenaamde cindereila beschouwd moet worden. Dergelijke uitgaven komen helaas steeds vaker op de markt. Het is jammer, dat bij het zegel van Niuafo'ou met Olenoides serratus (Abb. 26-29) niet de twee trilobieten onder in het zegel vermeld zijn, zelfs niet ais ondetermineerbaar. De één (links) lijkt op Odontopleura ovata (ik heb hem in 1992 als Lancastria? sp. gedetermineerd) en de ander (midden en rechts) op een Isotelus.

Het verheugde mij, dat bij de frankeerstempels ook variëteiten (postcode verschillen) opgenomen zijn, maar daarin zijn zij niet compleet. Het frankeerstempel van Elmshorn met Ceratarges armatus is in 2001 in gewijzigde vorm gebruikt met waarde in Eurocent in plaats van Pfennige. Dat van Krefeld met Pedinparrops richterianus komt ook voor (1987) met vermelding van het machinenummer F20 3406.

Het boek geeft een voortreffelijk geschreven en fraai uitgevoerd overzicht van de trilobieten in de filatelie (alleen jammer dat niet de paar Trilobitoidea, die op postzegels voorkomen, behandeld zijn). Het boek heeft mìjn verwachtingen overtroffen en de uitgever kan gefeliciteerd worden met een uitstekende publicatie, die zijn geld dubbel en dwars waard is, zowel voor de trilobietenverzamelaar als uiteraard voor de verzamelaar van fossielen op postzegels en (frankeer)stempels. Ik kijk al met spanning uit naar de aangekondigde delen over Ammonieten en over Fossiele Vissen.

Literatuur

Barrande, J., 1852. Systême silurien du centre de la Bohême. Pt. 1 Recherches paléontologiques. Vol. 1. Classe des Crustacés. Ordre des Trilobites. Prague.

Winkler Prins, C.F., 1992. Fossielen op postzegels IV. Gea, 25, 4.

Zurück

Homepage

Copyright © 2012 Verlag Dr. Friedrich Pfeil

 [2307]